In de kleedkamer in zijn eigen hoekje zat de onverschrokken mandekker zwijgend als een sfinx, het gelaat bood slechts een mysterieus glimlachje, zo eentje waarmee Mona Lisa haarzelf een tijdloze plaats in de kunstgeschiedenis verwierf. De innerlijke roerselen normaliter verhullend met snedige oneliners kon deze Suurbier-adept het opborrelende gevoel ditmaal amper weerstaan: het gezicht was even de spiegel van de ziel en Martijn, onze zielenknijper met zalvende woorden, de Conan met empathie, had er scherp het oog in. Hij stelde de vraag en kreeg een bevestigende blik: Sander was tevreden.
Waarover? is dan de hamvraag die u allen inmiddels intrigeert. Een 2-2 gelijkspel is doorgaans geen uitslag die de opmaat vormt voor feestgedruis. Kunstmatig valt er een hoop op te leuken door Fred, de volledig in de revisie verkerende linksbuiten, die de ene keer zijn heupen aanwendt voor inswingers in de verre kruising (afgelopen week uit bij Amsvorde), en vervolgens het swingen overlaat aan de boombox met dito meezingers.
Was het Brinkie, die met een Vetkat-achtige duik toch een tegendraadse kopbal van verzilvering wist te weerhouden? Of Martijn, die zijn ongelukkige aanname in het eerste bedrijf met Ausdauer in de tweede helft de nummer 10 van Waterwijk tot wanhoopschoten dreef? Of was het Willem, die ook een ongelukkige interceptie kende, maar zijn wissel niet als eindpunt van zijn inbreng beschouwde, maar achter de schermen nog verstrekkende invloed aanwendde om de ruststand van 0-2 om te buigen?
Het kan ook Mau geweest zijn, die als libero de spelers verbaal bij de les hield en zelf na 65 minuten de 1-2 Anschlusstreffer met zijn signatuur-Stingerschot binnenknalde? Of Maarten, die tot driemaal toe het VUT-gerechtigde onderstel teisterde met een nuttige sliding, en als kersje op zijn eigen taart de assist op Mau gaf, een kaatsje over de exact vereiste 109 centimeter? Of Marin wellicht, die onvermoeibaar box-to-box bleef pendelen? Of Roy, die zijn passing net niet beloond zag door de aanvallers, maar zijn Niemals Versagen moest bekopen met een (hopelijk niet al te ernstige) blessure?
Of Sjors, die tegenwoordig met zijn voorzetten in aanmerking komt voor een goedkeurende blik, en ook ditmaal de vrije bal panklaar op de gekrijte pommerans van onze topscorer Lambert poneerde, waarna deze de bal over de keeper heen kopte en de puntendeler aantekende (2-2)? Of Arjan, die zijn tomeloze energie ditmaal in een enkele helft moest zien kwijt te raken, als wissel voor Willem? Of toch Andor, onze nieuwe tweede spits, die zijn snelheid steeds beter weet te benutten met diepgang, de voorbode voor vele doelpunten? Of was het toch ook Eike, u weet wel (of niet), vernoemd naar (ik doe een gok) die Duitse keeper, of iemand anders? Tijdens de tweede helft geronseld worden bij het 3e, dan moet je wel wat in je mars hebben als je meteen in het diepe met de Grote Kerels mag spelen, als wissel voor de geblesseerd geraakte Roy George.
Of was het all of the above? De glimlach sprak boekdelen.
Ook Kees zag dat het goed was, en Henk, en Aad. Waar zo’n teamprestatie al niet goed voor is.
14


